Christophe Hermans

Menu
  • Blog
  • Bio
Menu

Categorie: persoonlijk

De laatste sacramenten van de bruine kroeg

Geplaatst op 24/06/202624/06/2026 door Christophe Hermans

In de zwoele zomer van pakweg 2001 of 2002 speelden mijn broer, mijn neven, en ik regelmatig op straat met de andere jeugd. Wellicht zijn wij een van de laatste generaties die dat nog hebben gedaan. Kampen maken op terreinen waar we niks te zoeken hadden, op het voetbalterrein glippen terwijl dat eigenlijk afgesloten was, en nog meer slachtofferloos kattenkwaad dat gezond is voor groeiende jongens.

En tienerjongens die met elkaar optrekken, tja, dat leidt vaak tot ruzie. Puberaal of prepuberaal speelt daarin weinig rol, dat jonge gastjes met mekaar op de vuist gaan is gewoon een feit des levens. Toen een van onze buurjongens het dus grappig vond om met de fiets van mijn broer bewust door een drol te rijden, vonden wij het eveneens grappig om die jongen hardhandig in diezelfde drol te duwen. Met de staart tussen de benen en zijn kleren vol stront vluchtte die kleine dan weg, schreiend: “Mijn mama heeft nog gezegd dat ik niet mocht spelen met die van de Dry-Ster!” We gooiden onze kop in onze nek en brulden het uit van het lachen, maar niettemin werd ik daar als prille elfjarige voor het eerst met mijn neus op de erfzonde mijner familie gedrukt. Iets dat ik overal onwetend meedroeg.


De Dry-Ster is (was) namelijk een café in Malderen, mijn heimat, dat jarenlang werd uitgebaat door mijn grootouders, en nadien ook door mijn nonkel. Ook mijn tante en moeder zijn jaren cafébazinnen geweest in naburige dorpen. Aldus stonden wij bekend als die van de Dry-Ster, en reeds 25 jaar geleden was de implicatie duidelijk. Wij waren een gebroed, allen gebaard op de biljart en gezoogd aan de toog. Dit maakte ons tot marginalen en personae non gratae. Veel ongelijk hadden ze hiermee niet. Onze kleren waren sjofel en we stonken continu naar sigaretten, ook al rookten we zelf niet. Onze fietsen waren afdankers van afdankers. De politie kende onze ouders en grootouders bij naam en ongetwijfeld stonden we op school op een speciale extra-aandacht-lijst.


Toen ik dus onlangs een rooskleurige reportage zag die de teloorgang van de bruine kroeg bejammerde, moest ik even de wenkbrauwen fronsen. Telkens zien we enkele stamgasten en uitbaters klagen over de jeugd die de weg niet meer weet te vinden naar het café, over brouwers en drankencentrales die te hoge prijzen opleggen, en over cultureel erfgoed dat verdwijnt. Wat zou het toch beter zijn als de jeugd even de [maak keuze uit recente technologieën] opzij zou leggen en gewoon wat komt babbelen bij pot en pint. En het rookverbod, een koe die ondertussen al 15 jaar in de sloot zit, wordt er ook steeds bijgehaald.

Maar het voornaamste is toch dat van die jeugd: ironisch genoeg een vergrijzingsprobleem. Er komen geen nieuwe stamgasten bij in de cafés, en het zijn net die klanten die voor een vast en betrouwbaar inkomen zorgen. Iedereen kan winst draaien wanneer het kermis is of wanneer zijn café naast een uitvaartcentrum ligt. Maar wat daarbuiten? Stamgasten dus.


Ik heb zulke stamgasten gekend. Na anderhalve week hoeren en boeren is hun uitkering erdoor gejaagd en schooien ze de maand uit als clochard. Ze worden vóór hun zestigste gehospitaliseerd omdat hun lever kapot is. Wat ervan te redden valt heeft nog de grootte van een pingpongballetje. Nadien slijten ze nog enkele jaren triest aan de toog met cola’s en watertjes. Als het de lever niet is, kunnen ze zich ook nog diabeet zuipen. En naast alcohol is er tabak. Mijn eigen moeder was een sociale vlinder en spendeerde veel van haar vrije tijd op café, vaak met een pintje maar zéker altijd met een sigaret. Twee pakjes Bastos per dag. Dood op haar 48ste aan longkanker. Dus laat die koe maar in de sloot zitten. Ze zit daar goed.


Dat de jeugd zich vandaag verzamelt rond jeugdbewegingen en hobby- of sportclubs in plaats van de tapkraan en asbak zou bejubeld moeten worden. Jonge mensen gaan bewuster om met alcohol dan hun ouders en de tabakloze generatie is dichterbij dan ooit. Jongeren zijn de weg naar de kroeg niet kwijt. Ze stappen er wél bewust voorbij, en loeren eens naar hun naaste primaten zonder op het glas te tikken. Ze zien dat stamgastenleven vanop een veilige afstand en denken: ik niet. Dat getuigt van wijsheid.

De kroeg zoals we ze kennen van vroeger heeft haar tijd gehad. Geef dat beest een spuitje en laat het zachtjes inslapen zoals de videotheek en de telefooncel. Moderniseer of verdwijn.

À propos, sinds het pensioen van mijn nonkel staat De Dry-Ster klaar voor afbraak; er zouden appartementen komen. Ik drink op een generatie zonder erfzonde. Alcoholvrij weliswaar.

Facebook 0 Twitter 0 Email 0
X

Het lof der bandwerk

Geplaatst op 23/12/202523/12/2025 door Christophe Hermans

Onlangs vroeg ik aan mijn werkgever of ik mijn oude job kon terugkrijgen. De beleefde samenleving noemt zoiets een stap terug zetten of afstand nemen. Ik zeg dus liever: ge moogt nen andere zot zoeken. Het sop was gewoonweg de kolen niet meer waard. Maar goed, ze hebben het mij toch gegund en daar ben ik dankbaar voor. Concreet betekent dit dat ik binnenkort weer repetitief werk ga uitvoeren. Arriveren, de takenlijst printen, uitvoeren, en klokslag acht uur later weer vertrekken. Een tandwieltje in de grotere machine, in plaats van een aansturende processor.

Herhaling versus complexiteit

Onze samenleving stelt nuttigheid gelijk aan productiviteit, en productiviteit wordt dan weer vaak vereenzelvigd met constante prikkels, afwisseling, en cognitieve complexiteit. Repetitief werk is daarentegen geestdodend, of zelfs vervreemdend. Althans, zo beweren velen. Toch is het net de complexiteit die ik achterwege laat, in ruil voor dat zogezegd geestdodende. Wie is er hier dan de zot? zoudt ge dan terecht vragen.


Ooit solliciteerde ik als schoolverlater bij een kleine zelfstandige. Hij bekeek mijn cv en zag dat ik als jobstudent enkele jaren had gewerkt bij een broodjesfabrikant. Repetitief werk. Broodjes komen van de band. Een twintigtal broodjes gaan in de doos. Doos gaat dicht. Volgende doos. De man keek fronsend op van mijn cv en zei: “Aan den band staan, met uw studies? Ge weet toch da ge dom wordt van dat soort werk?” De ironie ontging hem volledig. Ik solliciteerde daar namelijk voor een job als cold caller. Telefoonnummer draaien. Praatje maken. Al dan niet een verkoop of afspraak regelen. Volgend telefoontje. Het is duidelijk enkel de stront van een ander die stinkt.


Zowel ervaring als onderzoek tonen nochtans aan dat herhaling verrassend positief kan zijn voor de geest, het mentaal welzijn, en creativiteit. Uiteindelijk deden onze voorouders ook niks anders dan uren aan een stuk stenen slijpen, manden vlechten, of akkers ploegen. Repetitie is de norm, de moderne kantoorjob de uitzondering. Bekend fantasy-auteur Brandon Sanderson bemerkte eens tijdens een college dat het wellicht metsers zijn die de meest geschikte job uitoefenen om het in hun vrije tijd tot schrijver te schoppen. Terwijl zij aan beperkte cognitieve belading stenen stapelen, kan hun brein de vrije loop gaan. Op zo’n momenten slaat de muze toe. Sanderson was bijlange niet de eerste die zo’n observatie maakte.

“The best time for planning a book is while you’re doing the dishes.”

Agatha Christie

Prestatiedruk, flow, en feedback

De voorspelbaarheid van een repetitieve job verlicht de geest, om na de werktijd nog hobby’s uit te voeren die wél cognitief belastend zijn. In mijn geval zou dat een goed boek lezen zijn, of een intellectuele film kijken. Die voorspelbaarheid zorgt ook voor een veiligheidsgevoel en stressvermindering. Dit is een groot contrast met huppelen van de ene kafkaëske meeting naar de andere, of de dag doorbrengen met het blussen van andermans brandjes. Repetitief werk dompelt je onder in een milde, laagdrempelige vorm van flow. Prestatiedruk is nagenoeg afwezig omdat de taak eenvoudig is, en moeilijk foutief uit te voeren. Ook al zou er een fout gebeuren, dan nog is de feedback onmiddellijk en is er dus direct kans om te corrigeren.


Om bij het voorbeeld van de metser te blijven: een baksteen ligt immers goed of scheef, en dit is onmiddellijk zichtbaar. Dat is anders bij complexere taken met vele stappen en meerdere betrokken partijen. Omdat de grenzen daar vaag belijnd zijn, ontstaat er makkelijk discussie of de taak al dan niet goed werd uitgevoerd. En als daar überhaupt al consensus over is, dan volgt nog de discussie over wie er exact moet gelauwerd of beschimpt worden.


Het repetitieve werk bevrijdt de geest. Men is betrokken, maar niet gespannen. Feedback op zulke uitgevoerde taken is zichtbaar, onmiddellijk, en niet voor discussie vatbaar. Het verstand is vrij om aan het dagdromen te gaan. Ook niet te onderschatten is het fysieke aspect. Hoeveel van ons zitten er acht uur per dag aan een scherm gekluisterd, om dan thuis te komen en nog enkele uren in de zetel te ploffen? De voordelen van een bewegend lichaam en een hoog cijfer op de stappenteller zijn ons allemaal bekend, en toch schieten velen van ons hier dagelijks te kort.

“All truly great thoughts are conceived while walking.”

Friedrich Nietzsche

Herwaardering

Om af te sluiten: repetitief werk dwingt een herwaardering van eenvoud af. Onze cultuur verheerlijkt originaliteit, constante innovatie, en productiviteit. Maar repetitief werk kan ook tot betekenis leiden, als het maar met zorg, aandacht, en verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd. Net als een andere job. Wanneer die houding zich ook vertaalt naar het dagelijks leven, dan ga je vanzelf minder op jacht naar prikkels en behoud je de ruimte voor de eigen verdieping. Een ideaal antigif voor het moderne leven, waarin klagen dat je het te druk hebt de grootste vorm van stoefferij is, en waarin Tolstoj moest wijken voor doomscrollen. Met de juiste mindset is repetitief werk geen intellectuele woestijn, maar een stille tuin.

Facebook 0 Twitter 0 Email 0
X

Vogelen is plezant, maar kindjes maken niet

Geplaatst op 29/07/2025 door Christophe Hermans

Afgelopen weekend trok ik naar de bioscoop met de bedoeling een recensie te schrijven over The Fantastic Four: First Steps. De film liet me echter zodanig koud dat ik het niet eens kan opbrengen, maar het thema van de film wakkerde wel een oude vlam in mij aan. Een onderwerp dat geen rol speelt in mijn leven, maar waar ik doorheen de jaren wel lang over heb nagedacht. Kinderen.

Sociaal mismaakt

Als tiener was ik sociaal mismaakt, mensen die mij toen kenden zullen dat alleen maar beamen. Een vreemde snuiter. Niet dat dit mij heeft getraumatiseerd, tot op de dag van vandaag draag ik dat feit zelfs met trots op mijn borst. Maar van een lief is dus lang niks gekomen. Toen ik dan als zestienjarige een korte (doch oprechte) fase kende waarin ik priester wilde worden, stond het voor mijn naasten en familie in steen gebeiteld. ‘Het is nen homo! Het kan niet anders!’ Langzaam maar zeker ebden dreunende vragen zoals ‘Hebt ge al een lief? Of mogen we het niet weten?’ weg. Ik was content met die rust en liet met plezier iedereen in de waan. Ondertussen ging ik maar verder met het polijsten van mijn knuppel aan de hand van allerlei uiterst hetero materialen.

Tom Hanks maakt vuur in Cast Away (2000).

Soit. Als twintiger begon ik er toch langzaam maar zeker in te slagen om die gaten in mijn sociaal kunnen dicht te plamuren. Maar het vrijgezel zijn was niet alleen gewoonte, maar ook plezier en zelfs identiteit geworden. Na enkele jaren te werken en helaas, belastingen te betalen, stond ik plots op eigen benen in een eigen woonst. Niemand om verantwoording aan af te leggen. Ik hoefde maar mijn uren te kloppen, de facturen werden automatisch betaald, en om de twee weken eens de was insteken, dat moest toch wel lukken, zeker? Enkele jaren leefde ik als Peter Pan in mijn eigen Neverland.

Tram drie naderde en fuck it, yolo. Ik installeerde Tinder en mijmerde lang over mijn profiel. Welke dwaze grap er nog bij stond weet ik niet meer, maar de centrale boodschap was deze: ‘Ik heb geen kinderen en wil er nooit.’ Een vrouw rond de dertig vinden die absoluut en resoluut géén kinderen wou, dat was geen evidentie, maar het lukte toch vrij snel. Chance dat we ook nog overeen kwamen op andere vlakken. Ik had mijn Wendy gevonden.

Peter Pan (1953) van Walt Disney Productions, naar de werken van J.M. Barrie.

Al gauw moest eb wijken voor vloed. ‘En wanneer kindjes? Jullie zijn de volgende, hè!’ Opmerkingen die ik vaak weglach om mensen niet ongemakkelijk te maken. Maar we bevinden ons hier in mijn verdorven hoekje van het internet. Hier doe ik mijn goesting. Awel, doe een bruine broek aan en zet u. Ik zal het eens uitklaren.

Spijt

Sommige mensen hebben het over spijt na een kater. Een carrièreswitch of een tattoo, dat kan ook nog. De dapperen zullen zo ver gaan om spijt te betuigen over een huwelijk. Maar niemand mag zeggen dat ze spijt hebben aan kinderen te zijn begonnen. Dat is taboe, not done. Wie dat publiekelijk doet, die wordt gevierendeeld en krijgt wellicht de cover van Dag Allemaal.

Veel mensen beginnen aan kinderen niet omdat ze dat per se willen, maar omdat het de volgende stap leek in het script des levens. Ouderschap wordt ons ingelepeld als de apotheose van het volwassendom, een placebo voor echte zingeving. Kinderloze volwassenen worden bijna met medelijden bekeken, een op te lossen vraagstuk. Wanneer iemand zegt kinderen te willen, dan volgt nooit dat allerbelangrijkste woord: ‘Waarom?’ Niet zoals we dat doen bij tattoos.

Ik denk terug aan mijn eigen moeder. Reeds als tiener besefte ik een kille waarheid. Ze zag mij doodgraag, dat is zeker. Maar ze had ook spijt. En als ze haar leven opnieuw had kunnen leiden, dan had ze niet voor kinderen gekozen. Ons ma was daarin geen kleine minderheid. Haar liefde voor ons, mijn broer en ik, die was echt. Maar haar rouw om de gemiste kansen, een gemist leven, en een verloren identiteit was dat zeker ook. Daarmee worstelde zij iedere dag. Daarmee worstelen talloze ouders iedere dag.

Een kind is de meest onomkeerbare beslissing die men ooit kan nemen. De uitdrukking ‘kinderen kopen’ is bedrieglijk op de meest ironische manier, want toevlucht nemen tot Testaankoop of de Europese consumentenrechten is uitgesloten. Retourneren naar bol.com Waalwijk zit er niet in. Wie ooit ‘ja’ heeft gezegd, kan het niet meer terugnemen, die hangt vast aan een levenslange verantwoordelijkheid van de hoogste orde. Niet enkel fiscaal lopen de kosten torenhoog op, maar ook op emotioneel en sociaal vlak. Met wat geluk ben je hier na vijfentwintig jaar grotendeels van af, maar wie pech heeft is gescheten tot aan het einde van zijn dagen.

Het is mij onbegrijpelijk hoe luchtig onze maatschappij hiermee omgaat, en hoe vanzelfsprekend die ‘ja’ wordt aanzien. Complexiteit en nuance lijken uit den boze. Het moederschap moet heilig zijn. Het vaderschap moet trots zijn.

“These women are not child haters. They are not mentally ill. They are not selfish. They are simply people who became mothers because that’s what they were told they should do – and then discovered a life they could no longer escape.”

Orna Donath, Regretting Motherhood

Een vrouw bekende dat ze aan kinderen begon, omdat iedereen haar zei dat ze het zich zou beklagen als ze het niet zou doen. Niemand waarschuwde haar dat ze het zich ook kon beklagen om wél aan kinderen te beginnen. Een man gaf toe nooit kinderen te willen, maar begon er toch aan om zijn partner niet te verliezen. Uiteindelijk verloor hij hierdoor zichzelf.

Ervaringen van deze aard zijn schering en inslag, als men maar genoeg oplet en diep genoeg doorvraagt. En de grootste tragedie is dat men dit soort spijt vaak gaat aanzien als een persoonlijke mislukking, in plaats van als een hiaat in onze maatschappij.

Onze maatschappij moedigt het argeloos kweken impliciet aan. In iedere laag vinden we die boodschap. Maar het openhartig bespreken van de gevolgen, dat castigeert ze.

  • Godsdienst: ‘Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde.’
  • Gender: ‘Een vrouw zonder kinderen is onvolledig. Een man zonder nalatenschap is een mislukking.’
  • Familie: ‘Zou je je ouders geen kleinkinderen gunnen?’ of ‘Wie zal de familienaam voortzetten?’
  • Romantiek: ‘Een baby kan je relatie hechter maken of zelfs redden.’

Het ouderschap is geen onheil, maar onbezonnen en onbewust ouderschap is dat wel. Als eeuwige twijfelaar kan ik op zo’n belangrijke verantwoordelijkheid nooit met zekerheid ‘ja’ antwoorden, en al zeker niet op basis van dit soort drogargumenten.

Lijden en toestemming

Na het bovenstaande moet duidelijk zijn dat ik genoeg redenen heb om geen kind te willen, maar dan zijn sommigen nog geneigd het te hebben over egocentrisme en het welzijn van het (nog niet eens verwekte) kind. Met andere woorden, een kind maken óm het kind. Het meest ongemakkelijke argument komt dan naar boven: dat van de potentiële miserie. Niet ieder kind heeft een even makkelijk leven in het verschiet, en de schuld daarvoor ligt lang niet altijd bij de ouders.

“It is curious that while good people go to great lengths to spare their children from suffering, few of them seem to notice that the one (and only) guaranteed way to prevent all the suffering of their children is not to bring those children into existence in the first place.”

“The absence of pain is good, even if that good is not enjoyed by anyone. But the presence of pain is bad, even if it’s accompanied by pleasure.”

“Coming into existence is always a serious harm. Not coming into existence is never a harm.”

David Benatar, Better Never To Have Been: The Harm of Coming into Existence

De filosofie van David Benatar zou me te ver doen uitweiden maar valt kort samen te vatten: niet geboren worden bespaart lijden. Geboren worden garandeert lijden. Het is niet voor niets dat baby’s als eerste werk uit de baarmoeder aan het bleiten gaan. Het lijdensbesef lijkt wel intrinsiek, en wordt er pas later uitgetimmerd.

Als kers op de taart kunnen we het nog hebben over toestemming oftewel consent. Terecht een hot topic het afgelopen decennium. Toestemming is cruciaal om de menselijke rechten en fatsoen te bewaren bij onder andere seks. Maar niets is belangrijker in iemands leven dan de verwekking, en het spreekt voor zich dat niemand toestemming kan geven om verwekt te worden. Kortom wordt het leven ons opgelegd, en wie nadien het gegeven paard in de mond kijkt wordt nog scheef bekeken ook.

Conclusie

Een kind maken is gokken met als inzet andermans leven, het leven van iemand die daar nooit toestemming voor heeft kunnen geven en die mogelijk enorm leed zal te verduren krijgen. Al de argumenten vóór kinderen kunnen hier voor mij niet tegen opwegen. Leven is een zwaar beroep, een niet te onderschatten stiel, en wij zijn bijlange niet allen vakmannen.

Dit was geen betoog om ons massaal te gaan steriliseren, maar wel een warme oproep tot bezinning, reflectie, en begrip voor de medemens die weigert de fakkel door te geven. Het is perfect ok om die te laten uitdoven. Wij blijven lekker Peter Pan en Wendy, en hopen op een toekomst met iets minder Verloren Jongens.

Wie zich verder wil verdiepen kan ik de werken aanraden van Thomas Ligotti, David Benatar, Emil Cioran, Peter Wessel Zapffe, en Philipp Mainländer. Allesbehalve verkwikkende literatuur, maar wel prikkelend.

“Know yourselves—be infertile and let the earth be silent after ye.”

Peter Wessel Zapffe, The Last Messiah

Facebook 0 Twitter 0 Email 0
X

‘Zeg kameraad, wat betekent die tattoo?’

Geplaatst op 25/07/202426/07/2024 door Christophe Hermans

De zomer is gearriveerd, en des te meer de zon door het zwerk breekt, des te meer teister ik mijn medemensen met het aanzicht van mijn kuiten. Melkflessen worden ze wel eens genoemd, en op de rechterfles prijkt al enkele jaren een tattoo, de enige op mijn lichaam. Het zwoele weer brengt mij dan ook vaak de dwaze vraag die deze pagina betitelt. ‘Waarvoor staat dat?’ of ‘Wat betekent het?’ en niet onregelmatig ‘Is dat een rune?’


Toen ik ongeveer twintig was kwam ik voor het eerst in aanraking met Berserk van wijlen mangaka Kentaro Miura († 6 mei 2021), via de animereeks uit 1997. Het was, en is nog steeds, het diepstrakende animatiewerk dat ik ooit heb gezien. De anime is een schermvertaling van de Golden Age Arc uit de Berserk manga, en dit deelverhaal is een Shakespeareaanse tragedie van jewelste. Spoilers volgen hieronder, dus wie kan leest of bekijkt de reeks best eerst zelf. Maar wees gewaarschuwd, het is geen verhaal voor tere zieltjes.

Berserk is het verhaal van Guts, of in het Japans Gattsu. Hij wordt geboren uit het lijk van zijn opgehangen moeder, en de zuigeling wordt dan door een groep huurlingen geplukt uit de modder. Zijn pleegvader Gambino voedt hem liefdeloos op als kindsoldaat. Na een jeugd vol gevaar en misbruik, doodt hij als tiener Gambino uit zelfverdediging. Getraumatiseerd en met als enige troost zijn (veel te grote) zwaard, verlaat Guts het kamp.


Guts leeft enkele jaren als einzelgänger maar komt al gauw in aanraking met Griffith en zijn troepje huurlingen genaamd The Band of the Falcon. Hier vindt Guts voor het eerst in zijn leven een echte thuis en ontdekt hij wat het is om vrienden te hebben. Hier komt de essentie ook voor het eerst naar boven, de ware thema’s van Berserk en de boodschap die Miura ons misschien trachtte bij te brengen. Hiervoor moeten we duiken in de wereld van de filosofie, en met name die van Schopenhauer en vooral Nietzsche.

Berserk als tragedie


Filosoof en Nietzsche-geleerde Walter Kaufmann wijst in Oedipus Rex vijf thema’s aan die kenmerkend zijn voor de klassieke Griekse tragedie. We zien ze ook allemaal in Berserk.
(NB: Manga wordt van rechts naar links gelezen.)

  1. De protagonist is enorm onzeker. Guts twijfelt continu aan zijn plaats in de wereld en zoekt zingeving.



  2. De protagonist is ‘blind’. Guts negeert meerdere waarschuwingen over het nakende onheil.
    A propos, ook een kenmerk van het horrorgenre. Zie sleutel 2.



  3. De vloek van deugden. Beslissingen onder invloed van deugden leiden tot catastrofes.



  4. Gerechtigheid wordt in vraag gesteld. Bestaat het wel? De wereld is wreed.



  5. Onvermijdelijkheid van de tragedie. Determinisme en fatalisme zijn grote thema’s in Berserk.


Berserk start achronologisch met de korte Black Swordsman Arc, een soort van flash-forward proloog waarin we een heel andere Guts te zien krijgen, een Guts van ná de Golden Age. Deze Guts is bitter en zijn teruggetrokken skepticisme uit de Golden Age heeft geweken voor teneergeslagen cynisme. Al het geloof en hoop in de wereld is weg. Hij is enkel uit op wraak. Door het verhaal op deze manier te structureren zit het fatalisme van de tragedie er al bij de eerste pagina’s in vervlochten: ongeacht wat er ook gebeurt tijdens de Golden Age, hoe mooi de vooruitzichten er ook uitzien, de lezer wéét al dat er een tragedie zit aan te komen en dat Guts de dieperik in zal storten.


Nietzsche zei ooit dat tragedies gaan over wat niet te genezen, onontkomelijk, en onvermijdelijk is aan het lot en karakter van de mens. Berserk toont ons precies dat soort fatalistische determinisme en geeft het een antropomorfe vorm met de vijf figuren van de God Hand. Guts is de protagonist die, ondanks alles en tegen beter weten in, zich tegen dat determinisme verzet en erop blijft hameren dat hij een vrij man is en zelf beslissingen neemt.

Schopenhauer en Nietzsche


Nietzsche las Schopenhauer voor het eerst toen hij 21 was, en dat wakkerde zijn vlam voor filosofie aan. Schopenhauer was dus van grote invloed op Nietzsche, en lof voor de tragedie vinden we bij allebei terug.

“… the purpose of this highest poetical achievement is the description of the terrible side of life.”

“The unspeakable pain, the wretchedness and misery of mankind, the triumph of wickedness, the scornful mastery of chance, and the irretrievable fall of the just and the innocent are all here presented to us.”

Arthur Schopenhauer, The World as Will and Representation


Schopenhauer vond zulke gruwelijke voorstellingen van het leven nauwkeuriger dan wat men vindt in andere literaire genres. Hij bewonderde het verwerpen van happy endings, die anders valse hoop en geloof in moraliteit zouden aanmoedigen. In werkelijkheid is dit namelijk zelden het geval. De tragedie is uniek in haar eerlijkheid en vrijheid van illusies. Zij dwingt ons het feit te confronteren dat de wereld niet geregeerd wordt door ‘het goede’, dat de natuur zich geen ballen aantrekt van de menselijke toestand, dat we geen controle hebben, en dat het leven gekenmerkt is door eindeloos antagonisme en conflict. Er is geen poëtische gerechtigheid. Geen happy ending of eindresolutie. Alles is naar de zak. Of zoals Guts het zelf zegt…


Dit brengt ons bij de paradox van de tragedie. Namelijk, wat maakt tragedies dan zo aantrekkelijk? Waarom zijn wij als mensen zo aangetrokken tot dit genre, als het tot niets dient behalve in ons gezicht te duwen hoe erbarmelijk onze toestand is?

“… we feel ourselves urged to turn our will away from life, to give up willing and loving life. But precisely in this way we become aware there is still left in us something different… that which does not will life.”

“At the moment of the tragic catastrophe, we become convinced more clearly than ever that life is a bad dream from which we have to awake… that the world and life can afford us no true satisfaction, and are therefore not worth our attachment to them… accordingly, it leads to resignation.”

Arthur Schopenhauer, The World as Will and Representation, vol. 2


Schopenhauer wijst erop dat de tragedie ons niet alleen tracht te tonen dat de wereld verschrikkelijk is, maar ook dat het deel van ons dat hieronder lijdt, niet alles is wat we zijn. Er is ook dat aspect van ons dat de wereld de rug toekeert, dat zich er gewoonweg bij neerlegt.

Wanneer we ons emotioneel investeren in personages, en die investering wordt daarna pijnlijk door een tragische gebeurtenis, dan zou Schopenhauer dat gezien hebben als een levensles. Onze emotionele investeringen zijn het gewoonweg niet waard, aldus Schopenhauer.

Maar hiermee zijn we nog steeds aan het patineren. Wij als lezer trekken namelijk zelden de conclusie dat het leven niet leven waard is. De helden in deze tragedies nog minder. Guts wordt wel vaker ironisch beschreven als ‘een man die te kwaad is om te sterven’ en ik, net als vele andere lezers, vinden Berserk en Guts’ wilskracht net inspirerend.

Schopenhauer zat ook vóór Berserk al met dit probleem. De helden uit de Griekse tragedies krijgen groot, onverdiend ongeluk te verduren, maar zij laten zich hierdoor niet kleineren. Hun wilskracht houdt aan. Zij keren met andere woorden de wereld niet de rug toe. Zij leggen zich er niet bij neer.

“Almost all [Greek tragedies] show the human race under the dreadful dominion of chance and error, but not the resignation these bring about which redeems us from them.”

Arthur Schopenhauer, The World as Will and Representation, vol. 2


Hoe is dat mogelijk? Hoe konden de oude Grieken, grondleggers van de tragedie, niet afweten van haar ultieme doel? Schopenhauers antwoord hierop is zwak. De oude Grieken, onderontwikkeld als ze waren, hadden gewoonweg het doel van de tragedie nog niet ontdekt. Schopenhauers conclusie dat de Griekse tragedie hierdoor ondergeschikt is aan de moderne tragedie was, zelfs in zijn tijd, ongewoon.


Ook al was Nietzsche enorm beïnvloed door Schopenhauer, en was hij net als Schopenhauer onder de indruk van de grootsheid van de tragedie, toch staan hun conclusies haaks op elkaar. Waar Schopenhauer het leven de rug toekeerde, en de Grieken als onderontwikkeld bestempelde, ging Nietzsche de andere kant uit.

Waar Schopenhauer zwakte zag, zag Nietzsche bewijs voor de gezondheid en kracht van de Griekse samenleving. Een samenleving die strijd en conflict omarmde, die zichzelf continu uitdaagde, en het tragische confronteerde zonder gelatenheid.

Het moderne daarentegen zag Nietzsche als fundamenteel ziek en cultureel en psychologisch achteruitgaand. Schopenhauers chronisch pessimisme was daar een zoveelste symptoom van. De echte waarde van de Griekse tragedie, zo vond Nietzsche, was verloren gegaan. En dit deels omdat ons begrip ervan was gecorrumpeerd door de moralistische wereldvisie van het christendom. Alles, waaronder ook kunst, werd gewikt en gewogen tegen de christelijke elementen van zonde, schuld, en kwaad. Hierdoor zijn we niet alleen de ware aard van de Griekse tragedie verloren volgens Nietzsche, maar ook de ware aard van het leven.

Hoe kon dát dan weer? Hoe konden mensen morele standaarden ontwikkelen die ertoe leidden dat het leven minder waard werd? Nietzsche wierp deze vraag op, en zo ook Miura in Berserk.

The Idea of Evil


In hoofdstuk 83 van de manga loopt Griffith ‘god’ tegen het lijf, of wat hij voor god interpreteert. Het is een wezen in de vorm van een gigantisch hart dat zich schuil houdt in de diepten van het collectief menselijk onderbewustzijn. Het stelt zichzelf voor als ‘het idee van het kwade’, en wanneer Griffith het vraagt waarom mensen zoiets afschuwelijks gebaard hebben, antwoordt het als volgt…


En laat ons dit even leggen naast een bekend citaat van Nietzsche.

“Man, the bravest of animals, and the one most accustomed to suffering, does not repudiate suffering as such; he desires it, he even seeks it out, provided he is shown a meaning for it, a purpose of suffering. The meaninglessness of suffering, not suffering itself, was the curse that lay over mankind so far.”

Friedrich Nietzsche, On the Genealogy of Morals


Hoe het ‘idee van kwaad’ (en tevens het christendom) werkt, zit dus volgens Nietzsche in deze vicieuze cirkel. We kunnen het betekenisloze leed niet aanvaarden, en dus geven we het betekenis door concepten als schuld en zonde te verzinnen. Maar zichzelf identificeren als een schuldenaar wekt ook weer meer leed op. Hoewel het dus het reeds bestaande lijden zin geeft, geeft het ook zin aan het toedienen van méér leed. Er ontstaat zo een positieve feedback loop waardoor leed gewoonweg ophoopt. Het christendom was hierdoor zo succesvol, omdat het de kwalijke toestand zin gaf alsook het verergeren van die toestand.

Maar dit was volgens Nietzsche niet het volledige verhaal. Het gaat bij het christendom niet enkel om zingeving, maar ook om afgunst, nijd, en een diep verlangen naar wraak. Nietzsche beschreef zo het ontstaan van de ‘slavenmoraal’. Het christendom is een voorbeeld van zo’n moraalbeeld.

Daarin gaan de machtelozen of ‘slaven’ wat ze willen hebben maar niet kunnen krijgen, omvormen tot zondes. Onmacht daarentegen wordt een deugd. Het is makkelijk om te vasten als je sowieso geen eten hebt. Vrijgevig zijn eveneens als je toch niets hebt om weg te geven.

Toch groeit er volgens Nietzsche bij de slaven wat hij ressentiment noemt, een diepe nijd die zich mettertijd gaat uiten in een verlangen naar wraak tegenover de meesters. Maar omwille van hun onmacht zijn ze niet in staat die wraak uit te oefenen, en worden ze creatief. Het concept van de hel wordt uitgevonden om de meesters te straffen in het hiernamaals, en zodoende het ressentiment te sussen.


Allemaal een illusie, zegt Nietzsche, hypocrisie, en het bewijs zit hem in dat concept van de hel. Als de slaven effectief vrij zouden zijn van de hoofdzondes, waaronder wraak, waarom halen ze dan toch genot uit het idee dat hun vijanden voor eeuwig zouden branden? Waarom hangt de clerus deze dreiging boven het hoofd van de mensen? Het vereist een vergevorderde vorm van creatief sadisme om iets te bedenken als de hel, of zoals we het zien in Berserk, het ritueel van de eclips.

Zelfoverwinning: Farnese


Dat brengt ons bij het Nietzscheaanse ideaal van zelfoverwinning. Na de Golden Age introduceert Miura een nieuw personage: Farnese de Vandimion. Zij is een klassiek voorbeeld van iemand met ressentiment en in het verhaal leidt ze zelfs een inquisitie op heksen en andere ketters. De allegorie met het christendom ligt er vingerdik op. Farnese is van adele komaf maar kreeg nooit aandacht en zit met onderdrukte emoties en een groot gevoel van onmacht. Dat leidt bij haar tot het ontwikkelen van destructief gedrag, waaronder pyromanie en sadisme. Als jong kind geniet Farnese al van de brandstapels op het erf van haar familie, en regelmatig gooit ze zelfs de eerste fakkel. Uiteindelijk wordt zij een van Guts’ eerste tegenstanders na de Golden Age en jaagt zij op hem in de overtuiging dat hij een ketter is, een figuur gelijkend op wat wij de antichrist zouden noemen.


Farnese is laaghangend fruit voor een auteur die op zoek is naar poëtische gerechtigheid. Ze is een voor de hand liggende antagonist die bij de ontknoping haar verdiende loon zou kunnen krijgen. Maar die weg slaat Miura niet in. Farnese groeit, leert om haar ressentiment te laten varen en wordt, geïnspireerd door Guts, gewoonweg sterker als individu. Zo vindt ze rust en échte kracht. Dit komt tot uiting wanneer de voormalige ketterjager haar geloof en de illusies van macht dat dat met zich meebrengt, achterwege laat.


Uiteindelijk leert ze zelf magie en wordt ze het type persoon dat ze enkele jaren eerder nog met plezier op de brandstapel gooide. Het is een schril contrast wanneer Farnese op de knieën gaat zitten voor de jonge heks Schierke en haar vraagt om haar te begeleiden. Dit is wat Nietzsche bedoelde toen hij sprak over de Übermensch; een persoon die zichzelf weet los te maken van het systeem rondom zich en zijn individualisme vindt. Ware kracht zit in individuele groei, in het juk der slavenmoraal van zich afwerpen.

Amor Fati


Terugkoppelend naar Schopenhauer en Nietzsche komen we bij het grootste verschil tussen de twee; de houding naar het leven toe. Zoals we zagen bij Farnese, ontstaat de moraliteit tussen goed en kwaad uit de psychologie van een individu, uit wat Nietzsche ressentiment noemt en een uiteindelijk verlangen naar wraak. De positieve feedback loop van de slavenmoraal heeft echter een eindpunt, de singulariteit van zonde, die het bestaan zélf als zondig ziet. De erfzonde dus. Dit idee zit cultureel zo diep ingeworteld dat zelfs Schopenhauer, een atheïst, erin slaagde een vorm van erfzonde te smokkelen in zijn beeld van de tragedie.

“… what the hero atones for is not his own particular sins, but original sin, in other words, the guilt of existence itself.”

Arthur Schopenhauer, The World as Will and Representation


Schopenhauer zegt dus zonder meer dat leed verantwoord is, want het bestaan an sich is zondig. Hierin zien we duidelijk het gecorrumpeerde beeld van de tragedie waar Nietzsche het al eerder over had. Het gaat hier om een conflict tussen onze moraal aan de ene kant en het aardse leven aan de andere kant.

Schopenhauer, en anderen die in de ban van de slavenmoraal zijn, zien dat het aardse leven onmogelijk kan voldoen aan hun moraalbeeld. Zij keren zich dus tegen de wereld en gaan het bestaan zien als iets kwaads. De waarde van het leven moet inboeten, zelfs verdwijnen, zodat de moraal kan zegevieren.

Nietzsche gaat de andere richting uit. Voor hem is er geen hoger goed dan de verheerlijking van het leven. Als onze moraal daarmee niet strookt, dan moet de moraal wijken. Het leven zelf is, bij gebrek aan een beter woord, heilig. Guts berispt Farnese dan ook wanneer ze onder aanval komen; ze gebruikt beter haar handen ter verdediging van haar leven, dan ze vast te klemmen ter gebed.



Schopenhauer beschreef het leven als een corvee, gekenmerkt door eindeloos conflict en afzien. Het is pijnlijk, irrationeel, en vluchtig. Nietzsche ging hiermee volledig akkoord en bewonderde Schopenhauers uitzonderlijke eerlijkheid. Waar hij niet mee akkoord ging was Schopenhauers waardeoordeel. Het leven is effectief miserie, aldus Nietzsche, maar het dient geliefd en omarmd te worden. Er moet zelfs voor gevochten worden. Dat is amor fati.

‘Dus wat betekent het?’


Die tattoo op mijn spierwitte kuit dan, wat daarmee? Aan het oppervlak gaat het natuurlijk om mijn liefde voor Berserk, en wie nog steeds een aanbeveling zoekt kan ik er maar op wijzen dat dit de enige tattoo is die ik heb.

Verder symboliseert het de houding waar ik mee streef in het leven te staan. Het is een nuchtere blik die vaak pessimistisch overkomt, maar ik hoop niet verwerpend. Het symboliseert mijn ongeloof in vrije wil, maar ook mijn geloof in het belang van proberen en verzet te bieden. Het staat voor persoonlijke groei, doorzettingsvermogen, en amor fati.

Maar goed, de volgende die mij de vraag stelt krijgt wellicht, net zoals zijn voorgangers, een intussen goed ingeoefende schouderophaling.



Een speciale bedanking aan Jonas Čeika – CCK Philosophy, die zo vriendelijk was mij toestemming te geven om inspiratie en zelfs rechtstreekse vertalingen te putten uit zijn video essay.

Facebook 0 Twitter 0 Email 0
X

Over vrije wil, causaliteit, en ons ma

Geplaatst op 16/03/2024 door Christophe Hermans

Deze week had ik met een collega een kort gesprek over spiritualisme. Vorige levens, hypnotisme, en nog meer kwakzalverij. Het gesprek was kort omdat ik dat soort zaken snel in de kiem smoor, voluit beseffend dat ik iedere vorm van tact ontbreek als het op dit onderwerp aankomt.

Kijk, ik ben van jongs af aan opgegroeid tussen de bergkristallen, tarotkaarten, pendels, spreuken en andere soort nonsens. Mijn moeder deed als alleenstaande enorm haar best en ik zag haar graag, maar ze was effectief zo zot als een achterdeur.

Kaartleggingen deed ze zolang ik mij kan herinneren, wellicht al van voor mijn geboorte, en het bleef een hobby. Zoals andere mensen breien of strijken tijdens het televisiekijken, zo zat mijn moeder in de zetel de Lenormandkaarten te schudden. Af en toe deed ze ook een kaartlegging voor een vriend of kennis, en ze dacht werkelijk dat ze hier mensen mee hielp.


Op ongeveer mijn veertiende werd ons ma ernstig ziek. Nee, nog niet de kanker, die kwam pas later. Haar specialisten veranderden van diagnose alsof het ondergoed was. Wat het exact was, wisten we dus niet, maar werken zat er niet meer in.

Ons ma was altijd een sociale vlinder geweest, maar met zowel haar gezondheid als de financiën in gebreke kwijnde zij meer en meer weg in de eenzaamheid. Haar aansporen tot het bezoeken van familie of zelfs nog maar het halen van een brood leidde tot niets, enkel bittere discussies. Zij leefde niet meer maar werd geleefd: hele dagen, nee, weken, vulde zij met sigaretten roken, koffie drinken, en televisiekijken. Wij moesten smeken om er een boterham in te krijgen. En steeds maar schudde zij die Lenormandkaarten. Erop terugblikkend zie ik in dat zij wellicht depressief was, en zij zocht alsmaar meer haar toevlucht in de konijnenpijp van het spiritualisme.

Al snel was zij niet enkel een kaartlegster meer, nee, zij was plots ook een ‘medium’ en een ‘heks’. Ik herinner mij nog hoe ik een keer noodgedwongen in de tuin moest gaan zeiken, want zij was begonnen aan een ritueel in de keuken en de cirkel mag toch niet doorbroken worden, zeker? Een andere keer kreeg mijn broer onder zijn voeten omdat hij dierf te blussen wat lag te fikken in de pompbak. Burenruzies werden beslecht met voodoorituelen. Alle logica had het kot verlaten.

Op de piek van haar carrière verscheen ons ma in Dag Allemaal. Ze had een logo en een website. Zij had bijgod zelfs merchandise en verkocht shirts op de bizarre spirituele beurzen waar zij een standje had. Ze adverteerde via teletekst en was te bereiken via sms, telefoon, én chatbox. Ons ma bleef zelf steevast geloven in haar huichelarij, maar mijn kritische ziel vond het toch wel straf dat ik tientallen mensen op dezelfde dag zowat dezelfde toekomstvoorspellingen hoorde krijgen. Misschien waren het allemaal Schorpioenen? Toen zij er een spel van maakte om contact op te nemen met ouders en geliefden van vermisten, overtuigd dat zij hen met de pendel kon opsporen, was het hek helemaal van de dam. Deze mensen beseffen niet hoeveel ruzies er bij ons thuis zijn gevochten ter verdediging van hun recht op rouw.


In mei van dit jaar zal het tien jaar geleden zijn dat ons ma bezweek aan longkanker. Ze was 48. Door al de jaren afzondering hadden wij geen recente foto’s van haar. Op haar doodsbeeldje en zerk prijkt een marketingfoto die eigenlijk bedoeld was om haar zwendel van hoop en verdriet te promoten, een foto waarvoor ze zich nog een keer had uitgedost.

Bovenstaand relaas is weinig flatterend, maar ik heb lang om haar gerouwd. Mijn schoolcarrière stortte volledig in elkaar en ik viel in een diep gat. Pas sinds enkele jaren heb ik een wereldbeeld dat mij helpt om dit alles te plaatsen en vrede te nemen met wie ons ma was. Determinisme, oftewel een compleet ongeloof in vrije wil.

Ik ben lang geen wetenschapper dus ik raad aan om zelf op onderzoek te gaan, maar hier is mijn samenvatting ervan. Alles in het universum is onderhevig aan de wetten van de fysica en chemie. Mijn overtuiging is dat alles in een of andere formule past, of ze nu al gekend is door de wetenschap of niet. De implicatie daarvan is dat de uitkomst van ieder proces voorspelbaar is, te berekenen met die formules. Ook de biochemische processen in onze hersenen. Als wij de uitkomsten van die processen zouden kunnen beïnvloeden, dan zijn we tovenaars. Niet dus. De logische conclusie van deze gedachtegang is dat er geen vrije wil bestaat, enkel oorzaak en gevolg oftewel causaliteit. Kwantumfysica gooit in bepaalde mate roet in het eten, maar een factor van willekeurigheid beschouw ik nog steeds geen bewijs voor vrije wil. Deze visie noemt men hard determinisme.


Waarom ik plots begin te ijlen over determinisme? Ik zal het u zeggen. Een deterministische blik verschaft bescheidenheid en perspectief. Wij zijn allen tandwielen in een grote klok, in mijn ogen zonder maker, en hebben onze positie in die machine aan niets te danken. Ik ben allicht bovengemiddeld intelligent (doch, dat denkt iedereen, en de helft moet zich vergissen) maar dat is geen reden tot fierheid want het kon niet anders dan zo zijn. Ons ma ontbrak enkele vijzen, maar ik moet haar dit niet kwalijk nemen want het kon niet anders dan zo zijn. Haar gedachten en handelingen waren het product van haar genetica en ervaringen, net zoals dat bij mij en u het geval is.

De valkuil schuilt natuurlijk in het fatalisme. Het is niet omdat alles op voorhand vast ligt, dat alles hopeloos is. In de praktijk ligt de toekomst open omdat wij niet kunnen weten in welke mate zij vast ligt. Laat determinisme je dus niet weerhouden van een goede inzet en optimisme, daartoe dient het niet. Het biedt echter wel troost bij het kijken naar het verleden: het kon namelijk niet anders dan zo zijn.

Mama deed haar best, net zoals wij allemaal, en meer kunnen we er niet van zeggen.
Houd de handen in het karretje en geniet van de rit, hij kan sneller voorbij zijn dan je denkt.

Facebook 0 Twitter 0 Email 0
X

Categorieën

  • essay
  • persoonlijk
  • recensie
  • schrijven

Archief

  • juli 2026
  • juni 2026
  • december 2025
  • juli 2025
  • april 2025
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • Facebook
  • Goodreads
  • Mail
©2026 Christophe Hermans