Christophe Hermans

Menu
  • Blog
  • Bio
Menu

De laatste sacramenten van de bruine kroeg

Geplaatst op 24/06/202624/06/2026 door Christophe Hermans

In de zwoele zomer van pakweg 2001 of 2002 speelden mijn broer, mijn neven, en ik regelmatig op straat met de andere jeugd. Wellicht zijn wij een van de laatste generaties die dat nog hebben gedaan. Kampen maken op terreinen waar we niks te zoeken hadden, op het voetbalterrein glippen terwijl dat eigenlijk afgesloten was, en nog meer slachtofferloos kattenkwaad dat gezond is voor groeiende jongens.

En tienerjongens die met elkaar optrekken, tja, dat leidt vaak tot ruzie. Puberaal of prepuberaal speelt daarin weinig rol, dat jonge gastjes met mekaar op de vuist gaan is gewoon een feit des levens. Toen een van onze buurjongens het dus grappig vond om met de fiets van mijn broer bewust door een drol te rijden, vonden wij het eveneens grappig om die jongen hardhandig in diezelfde drol te duwen. Met de staart tussen de benen en zijn kleren vol stront vluchtte die kleine dan weg, schreiend: “Mijn mama heeft nog gezegd dat ik niet mocht spelen met die van de Dry-Ster!” We gooiden onze kop in onze nek en brulden het uit van het lachen, maar niettemin werd ik daar als prille elfjarige voor het eerst met mijn neus op de erfzonde mijner familie gedrukt. Iets dat ik overal onwetend meedroeg.


De Dry-Ster is (was) namelijk een café in Malderen, mijn heimat, dat jarenlang werd uitgebaat door mijn grootouders, en nadien ook door mijn nonkel. Ook mijn tante en moeder zijn jaren cafébazinnen geweest in naburige dorpen. Aldus stonden wij bekend als die van de Dry-Ster, en reeds 25 jaar geleden was de implicatie duidelijk. Wij waren een gebroed, allen gebaard op de biljart en gezoogd aan de toog. Dit maakte ons tot marginalen en personae non gratae. Veel ongelijk hadden ze hiermee niet. Onze kleren waren sjofel en we stonken continu naar sigaretten, ook al rookten we zelf niet. Onze fietsen waren afdankers van afdankers. De politie kende onze ouders en grootouders bij naam en ongetwijfeld stonden we op school op een speciale extra-aandacht-lijst.


Toen ik dus onlangs een rooskleurige reportage zag die de teloorgang van de bruine kroeg bejammerde, moest ik even de wenkbrauwen fronsen. Telkens zien we enkele stamgasten en uitbaters klagen over de jeugd die de weg niet meer weet te vinden naar het café, over brouwers en drankencentrales die te hoge prijzen opleggen, en over cultureel erfgoed dat verdwijnt. Wat zou het toch beter zijn als de jeugd even de [maak keuze uit recente technologieën] opzij zou leggen en gewoon wat komt babbelen bij pot en pint. En het rookverbod, een koe die ondertussen al 15 jaar in de sloot zit, wordt er ook steeds bijgehaald.

Maar het voornaamste is toch dat van die jeugd: ironisch genoeg een vergrijzingsprobleem. Er komen geen nieuwe stamgasten bij in de cafés, en het zijn net die klanten die voor een vast en betrouwbaar inkomen zorgen. Iedereen kan winst draaien wanneer het kermis is of wanneer zijn café naast een uitvaartcentrum ligt. Maar wat daarbuiten? Stamgasten dus.


Ik heb zulke stamgasten gekend. Na anderhalve week hoeren en boeren is hun uitkering erdoor gejaagd en schooien ze de maand uit als clochard. Ze worden vóór hun zestigste gehospitaliseerd omdat hun lever kapot is. Wat ervan te redden valt heeft nog de grootte van een pingpongballetje. Nadien slijten ze nog enkele jaren triest aan de toog met cola’s en watertjes. Als het de lever niet is, kunnen ze zich ook nog diabeet zuipen. En naast alcohol is er tabak. Mijn eigen moeder was een sociale vlinder en spendeerde veel van haar vrije tijd op café, vaak met een pintje maar zéker altijd met een sigaret. Twee pakjes Bastos per dag. Dood op haar 48ste aan longkanker. Dus laat die koe maar in de sloot zitten. Ze zit daar goed.


Dat de jeugd zich vandaag verzamelt rond jeugdbewegingen en hobby- of sportclubs in plaats van de tapkraan en asbak zou bejubeld moeten worden. Jonge mensen gaan bewuster om met alcohol dan hun ouders en de tabakloze generatie is dichterbij dan ooit. Jongeren zijn de weg naar de kroeg niet kwijt. Ze stappen er wél bewust voorbij, en loeren eens naar hun naaste primaten zonder op het glas te tikken. Ze zien dat stamgastenleven vanop een veilige afstand en denken: ik niet. Dat getuigt van wijsheid.

De kroeg zoals we ze kennen van vroeger heeft haar tijd gehad. Geef dat beest een spuitje en laat het zachtjes inslapen zoals de videotheek en de telefooncel. Moderniseer of verdwijn.

À propos, sinds het pensioen van mijn nonkel staat De Dry-Ster klaar voor afbraak; er zouden appartementen komen. Ik drink op een generatie zonder erfzonde. Alcoholvrij weliswaar.

Facebook 0 Twitter 0 Email 0
X
categorie: persoonlijk

Berichtnavigatie

← Het lof der bandwerk

Categorieën

  • essay
  • persoonlijk
  • recensie
  • schrijven

Archief

  • juni 2026
  • december 2025
  • september 2025
  • juli 2025
  • april 2025
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • Facebook
  • Goodreads
  • Mail
©2026 Christophe Hermans